Platform31 honoreert onderzoek 'Zelforganisatie'

Platform31 honoreert onderzoek ‘Zelforganisatie’

Mede mogelijk gemaakt door: Kenniscentrum van stad & regio &  Kanaleneiland leert, Programma Krachtwijken

Onze steden kennen verschillende vormen van zelforganisatie van groen-projecten tot complete wooncomplexen. De meeste zelforganisatieprojecten zijn deels of geheel vanuit externe partijen geïnitieerd of gestimuleerd. Door bijvoorbeeld projectbureaus, subsidiestromen of lokale actieve groepen opgezet door vakspecialisten. Voorbeelden van zelforganisatieprojecten welke organisch zijn ontstaan vanuit de lokale bewoners zijn er ook steeds meer. De verschillen in zelforganisatievormen vormt de bodem voor een interessant onderzoek waarin centraal staat wat zelforganisatie vanuit een zelfgeorganiseerde groep bewoners en hoe zelforganisatie kan worden ingezet vanuit externe partijen tot stedelijke vernieuwing.

Het onderzoek van Sterre & Stad belicht kritisch de verschillen tussen verschillende woon-zelforganisatievormen in Utrecht. Allereerst zelforganisatie gestimuleerd door een intermediairsrol vanuit een culturele organisatie in de vorm van de creatieve broedplaats ‘Eiland8’ te Kanaleneiland. Daarnaast zelforganisatie vanuit huurders zelf, verenigd in ‘Buurland’ in Tuinwijk. Deze centrale voorbeeldprojecten worden gespiegeld aan twee langer lopende zelforganisatieprojecten: de Kersentuin te Leidsche Rijn en Het Groene Dak in Voordorp. Het onderzoek is in de eerste plaats geschreven voor initiatiefnemers, grondeigenaren, beleidsmakers en woningcorporaties maar nodigt ook andere partijen uit creatief te denken over zelforganisatie in bredere zin. Waardecreatie door middel van kennisdeling is hierbij een onderhevig doel.

Vraagstelling

De centrale vraagstelling is: wat is de betekenis van de verschillen tussen woon-zelforganisatiegroepen en in hoeverre is het mogelijk om hieruit te destilleren hoe betrokken externe partijen zelforganisatie het beste aan kunnen pakken? Hiermee biedt dit onderzoek een handelingsperspectief voor de praktijk van deze stedelijke vernieuwingsvorm. Door middel van dit onderzoek worden stappen gezet om zelforganisatie niet alleen als voorbeeld te geven voor ‘best practices’ maar ook om een leidraad te bieden tot ‘common practices’.

Methode

Het onderzoek richt zich op de stad Utrecht, binnen dit geografische kader is een netwerk van actoren vastgesteld welke betrokken zijn bij zelforganisatie. De woningcorporaties en grondeigenaren (Mitros en Portaal), de initiatieven (Projectbureau Eiland8, Buurland, de Kersentuin en het Groenedak) en de gemeente Utrecht staan als sleutelfiguren in dit onderzoek centraal. Vanuit de vraag hoe kennisdeling al tijdens het onderzoek plaats kan vinden heeft de methodiek zich gevormd. Via kwalitatief onderzoek vormen diepte-interviews met de betrokken partijen kennisverdieping en -vermeerdering. Hiernaast kan vanwege het karakter van de onderzoeksmethode onderling van elkaar worden geleerd. Hiermee wordt een onderzoeksproduct meer een proces. Om de uitkomsten te plaatsen binnen de bestaande praktijkkennis wordt het inhoudelijke onderzoek kritisch belicht vanuit een klankbordgroep van specialisten op het gebied van zelforganisatie (o.a. Pieter Akkermans).